Uitgangspunten

Uitgangspunten

Het zelfgenezend vermogen verbeteren, hoe gaat dat?

De huidige osteopathie werkt in op alle weefsels die steun en vorm geven aan ons lichaam. Dit zijn onze botten, spieren, schedelbeenderen, hersenvliezen, bloedvaten, buikvliezen, kortom alle weefsels waaruit het lichaam is opgebouwd. Allemaal kunnen ze hun souplesse verliezen. Dat kan tal van klachten geven. Met de hand voelt de osteopaat of bepaalde lichaamsweefsels te gespannen zijn. Als weefsels te gespannen zijn zal de stofwisseling afnemen en daarmee het zelfgenezend vermogen.

Met een scala van handgrepen, die niet verward moeten worden met massage herstelt de osteopaat de bewegelijkheid van deze weefsels. Hierdoor kunnen de vloeistoffen die het lichaam gezond houden weer beter door het lichaam stromen. Het lichaam krijgt nu de kans zichzelf te genezen.

Het lichaam is een geleiachtig vloeistof systeem. Stagnatie van de vloeistofstroom geeft verzuring en vervuiling. Dit heeft verschillende gevolgen voor ons lichaam.
Ten eerste: Pijn, want de verzurende stoffen tussen de cellen prikkelen de zenuwuiteinden. Daarnaast worden de cellen niet meer voldoende voorzien van belangrijke stoffen zoals zuurstof, bouwstoffen en hormonen.
Een tweede gevolg is dat de cellen de opdrachten van de hersenen niet goed meer doorgeseind krijgen. Uiteindelijk kunnen de weefsels hun taak niet goed meer uitoefenen. Dit kan een onbalans teweeg brengen in het gehele lichaam.

Beweging van weefsels

Welke soorten van beweging onderscheidt de osteopathie?
De behandeling is gericht op drie soorten beweging in het menselijk lichaam; van groot en zichtbaar tot zeer klein en alleen voelbaar door geoefende practici.

 

  1. De grootste bewegingen zijn bestemd voor het lopen, dansen, springen enz.  Hiervoor hebben gewrichten bewegingsvrijheid nodig. Een geblokkeerd gewricht geeft pijn. We kunnen dan bijvoorbeeld onze knie niet geheel strekken of niet meer rechtop staan.
     
  2. Veel kleiner maar nog steeds zichtbaar zijn de bewegingen die door de ademhaling ontstaan. Door het uitzetten van de longen en de kanteling van de ribben worden al onze organen “gemasseerd”. Dit stimuleert vooral in de buik de vloeistofstroom en verbetert de darmwerking. Deze bewegingen zijn goed voelbaar. Een nier daalt per ademhaling zo’n 2 a 3 cm. (dat is heen en terug ca. 250 km per jaar!)
     
  3. De laatste soort is heel klein en niet zichtbaar. Het zijn speciale bewegingen omdat het zacht heen en weer gaande, dus ritmische, bewegingen in het weefsel zijn. Zij zorgen voor een soort eb en vloed bewegingen van de vloeistoffen tussen onze cellen. Deze microbeweging is nodig voor de “celademhaling” Aan en afvoer van belangrijke stoffen voor de cellen kunnen hierdoor plaatsvinden. Zonder deze primaire ademhaling kan de cel niet leven.