Historie

Historie

De osteopathie is in de laatste decennia van de 19e eeuw in de Verenigde Staten ontstaan. De grondlegger is de arts A.T. Still(1828-1917).

Hij was zo ontevreden met de beperkte mogelijkheden van zijn geneeskunde dat hij op zoek ging naar andere mogelijkheden. Hij combineerde zijn kennis als arts met die van oudere geneeswijzen en ontwikkelde een methode waarmee hij weefselspanning en verhardingen in het lichaam kon detecteren. Met speciale technieken verminderde hij deze spanning en zette het lichaam aan tot zelfgenezing. Zo had hij met zijn handen invloed op wat zich in het lichaam afspeelde.

In 1891 stichtte Still in Kirksville “The American School of Osteopathy”, waarmee hij het startsein gaf voor een verdere ontwikkeling enuitwerking van deze geneeskunde.

Onderzoek en ontwikkeling van de Osteopathie gaan nog steeds door. Het beroep breidde zich uit tot in Europa en krijgt in Nederland het laatste decennium geleidelijk wat meer bekendheid.
In het begin werkte men vnl. via de botten en beenderen in op het lichaam, vandaar dat men koos voor de naam Osteopathie. Het Griekse woord osteon betekent bot en pathine betekent lijden. Deze naam dekt de lading inmiddels al lang iet meer. Tegenwoordig worden niet alleen de botten, maar alle mogelijke lichaamsweefsels behandeld.